ECLI:NL:PHR:2000:AA5409
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging voorlopige machtiging psychiatrische opname wegens onvoldoende motivering stoornis en gevaar
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank in 's-Hertogenbosch die een voorlopige machtiging verleende om het verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis voort te zetten. Betrokkene verbleef onvrijwillig in het ziekenhuis sinds september 1999 en er bestond discussie over de aard van zijn psychiatrische stoornis en het gevaar dat hij zou veroorzaken.
De rechtbank had de voorlopige machtiging verleend ondanks dat er onduidelijkheid bestond over de diagnose; aanvankelijk werd schizofrenie vermoed, later werd dit niet bevestigd en werd gesproken over persoonlijkheidsproblematiek, verslavingsproblemen en mogelijke psychoses. Diverse medische verklaringen en een bespreking met psychiaters wezen op een complex beeld zonder harde diagnose.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank onvoldoende gemotiveerd heeft waarom zij van oordeel was dat betrokkene lijdt aan een stoornis van de geestvermogens die hem gevaar doet veroorzaken, zoals vereist in art. 2 Wet Pro Bopz. Het verslag van de psychiatrische bespreking gaf geen afdoende verklaring en drong aan op nader onderzoek. De motivering voldeed niet aan de vereisten, waardoor vernietiging van de beschikking noodzakelijk is.
De zaak wordt verwezen naar de rechtbank te 's-Hertogenbosch voor nieuwe beoordeling, waarbij expliciet moet worden gemotiveerd of en waarom aan de wettelijke criteria voor een voorlopige machtiging is voldaan.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking tot voorlopige machtiging wegens onvoldoende motivering en verwijst de zaak naar de rechtbank voor nieuwe beoordeling.