ECLI:NL:HR:2000:AA5409
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Mijnssen
- Heemskerk
- O. de Savornin Lohman
- Hammerstein
- Kop
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voorlopige machtiging voortzetting verblijf psychiatrisch ziekenhuis
De zaak betreft een verzoek tot cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank 's-Hertogenbosch die een voorlopige machtiging verleende om het verblijf van verzoeker in een psychiatrisch ziekenhuis voort te zetten. Verzoeker was sinds juni 1997 en in 1998 in behandeling geweest wegens psychische aandoeningen, aanvankelijk gediagnosticeerd als schizofrenie, later als persoonlijkheidsproblematiek.
Op 17 september 1999 diende de officier van justitie een vordering in tot voortzetting van het verblijf op grond van een geneeskundige verklaring met diagnoses van psychose, persoonlijkheidsproblematiek, alcohol- en drugsgebruik. Verzoeker was op 22 september 1999 in bewaring gesteld wegens bedreiging en mishandeling van zijn moeder, met een geneeskundige verklaring die onmiddellijk dreigend gevaar voor anderen vermeldde.
De Rechtbank kende op 27 september 1999 de voortzetting van de inbewaringstelling toe, maar stelde de voorlopige machtiging aanhoudend totdat duidelijkheid bestond over de stoornis van de geestvermogens. Na een psychiatrische bespreking op 8 oktober 1999 concludeerden deskundigen dat sprake was van psychiatrie in brede zin, met een maatschappelijk probleem en mogelijke justitiële ondersteuning.
De Rechtbank verleende uiteindelijk op 25 oktober 1999 de voorlopige machtiging voor zes maanden. Verzoeker stelde in cassatie dat de machtiging ten onrechte vanaf die datum liep en dat onvoldoende was gemotiveerd dat hij een stoornis had die gevaar veroorzaakte. De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde dat de machtiging correct was toegekend en gemotiveerd, waarbij de geldigheidsduur aanvangt op de dagtekening van de beschikking.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de voorlopige machtiging tot voortzetting van het verblijf in het psychiatrisch ziekenhuis.