ECLI:NL:PHR:2000:AA5731
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitleg feitelijke aanranding militair strafrecht
In deze zaak is de verdachte, een militair, door het gerechtshof Arnhem veroordeeld wegens feitelijke aanranding van twee andere militairen door diverse handelingen met een gewelddadig karakter. De verdachte stelde in cassatie dat de tenlastelegging niet voldeed aan de eisen van artikel 261 Sv Pro omdat het begrip aanranding volgens hem ook dwang moest omvatten, wat volgens hem niet in de omschrijving was opgenomen.
De Hoge Raad analyseerde de wetsgeschiedenis en de betekenis van artikel 140 van Pro het Wetboek van Militair Strafrecht (WMS), waarin feitelijke aanranding wordt omschreven. Uit de tekst en geschiedenis blijkt dat het begrip feitelijke aanranding in dit artikel niet betrekking heeft op seksuele handelingen met dwang, maar op lichtere vormen van geweld tegen de persoon, vergelijkbaar met eenvoudige mishandeling.
De Hoge Raad concludeert dat de tenlastelegging voldoende duidelijk en begrijpelijk is en dat de uitleg van feitelijke aanranding in het militair strafrecht niet de bredere interpretatie van seksuele dwang omvat zoals de verdachte betoogde. Het middel faalt en het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens feitelijke aanranding blijft in stand.