ECLI:NL:HR:2000:AA5731
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- A.M.M. Orie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geldigheid tenlastelegging feitelijke aanranding militairen
De verdachte werd door het Gerechtshof Arnhem, militaire kamer, veroordeeld voor het feitelijk aanranden van twee militairen in of nabij Ermelo in 1997. De tenlastelegging betrof diverse handelingen die als feitelijke aanranding werden gekwalificeerd. De verdachte stelde in cassatie dat de dagvaarding nietig was omdat de omschrijving van de aanranding niet voldeed aan artikel 261 Sv Pro en dat het hof het verweer onvoldoende had gemotiveerd.
De Hoge Raad oordeelde dat de tenlastelegging een duidelijke en begrijpelijke omschrijving bevatte die voldeed aan de wettelijke eisen. Het begrip feitelijke aanranding in artikel 140 Wetboek Pro van Militair Strafrecht omvat alle vormen van geweld tegen de persoon, en de omschreven gedragingen konden als zodanig worden aangemerkt. Het cassatiemiddel faalde daarom.
Daarnaast vernietigde de Hoge Raad het deel van het arrest waarin het hof het bedrag van de schadevergoeding aan de benadeelden had vastgesteld, omdat het hof ten onrechte ook kosten van rechtsbijstand had meegeteld. De Hoge Raad stelde het bedrag vast op €600 per benadeelde en verwierp het beroep voor het overige.
De uitspraak bevestigt de reikwijdte van het begrip feitelijke aanranding binnen het militair strafrecht en verduidelijkt de criteria voor toekenning van schadevergoeding in strafzaken.
Uitkomst: Het cassatieberoep werd verworpen en de schadevergoeding aan de benadeelden werd beperkt tot €600 per persoon.