ECLI:NL:PHR:2000:AA6229
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beperking inzagerecht persoonsgegevens bij weigering tipbrieven ter bescherming persoonlijke levenssfeer
Verzoeker, een uitkeringsgerechtigde, verzocht het GAK om inzage in zijn dossier, inclusief correspondentie van een derde tipgever. Het GAK weigerde inzage in de tipbrieven met als reden bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de tipgever. De rechtbank en het hof wezen het verzoek af, waarbij het hof oordeelde dat de correspondentie niet onder de Wet persoonsregistraties (WPR) valt en dat het belang van de tipgever zwaarder weegt dan dat van verzoeker.
In cassatie werd betoogd dat art. 29 WPR Pro een volledig overzicht met herkomstinformatie vereist, waaronder de tipbrieven. De Hoge Raad oordeelde dat alleen geregistreerde persoonsgegevens onder het inzagerecht vallen en dat de correspondentie van de tipgever daar niet toe behoort. Tevens is het inzagerecht niet absoluut en kan op grond van art. 30 WPR Pro een belangenafweging leiden tot weigering.
De Hoge Raad benadrukte dat het belang van bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de tipgever en het belang van het GAK bij vertrouwelijkheid van tips zwaarder wegen dan het belang van verzoeker om de exacte inhoud van de tipbrieven in te zien. Dit oordeel is feitelijk en kan in cassatie niet worden getoetst. Het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; inzage in tipbrieven wordt geweigerd ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de tipgever.