ECLI:NL:PHR:2000:AA6511
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vennootschapsbelasting en fiscale behandeling van verliezen en voorzieningen bij verzelfstandiging staatsbedrijf
De zaak betreft de fiscale behandeling van het Rijksinkoopbureau (RIB) dat per 1 mei 1990 werd verzelfstandigd in de N.V. Nederlands Inkoopcentrum (NIC) volgens de Wet NIC. Belanghebbende stelde dat verliezen van vóór de oprichtingsdatum fiscaal bij haar in aanmerking moesten worden genomen en dat voorzieningen en goodwill in de openingsbalans anders behandeld moesten worden.
De Hoge Raad bevestigde dat verliezen geleden vóór de overgangsdatum niet aan belanghebbende kunnen worden toegerekend, omdat het RIB niet belastingplichtig was en dergelijke aanspraken niet overdraagbaar zijn. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de privatisering een andere situatie is dan fiscale eenheid of juridische fusie.
Verder werd geoordeeld dat de voorzieningen in de openingsbalans niet als informeel kapitaal mogen worden aangemerkt, maar bedoeld waren om toekomstige bedrijfskosten te dekken. De onderhandelingen over de voorzieningen en de lening van de Staat waren communicerende vaten, waarbij de Staat als oprichter/aandeelhouder handelde.
Ten aanzien van de goodwill bevestigde de Hoge Raad het verbod op activering in de fiscale openingsbalans van belanghebbende, gegrond op art. 7 van Pro de Wet NIC, en oordeelde dat dit niet in strijd is met internationale verdragen. De wetgever heeft een redelijke rechtvaardiging voor deze fiscale behandeling gegeven om concurrentievoordelen weg te nemen.
De Hoge Raad vernietigde het hofuitspraak en de beschikking van de Inspecteur en bepaalde dat het verlies van belanghebbende moet worden verhoogd met kosten van groot onderhoud en herstructurering die commercieel ten laste van de voorziening waren gebracht.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof en verhoogt het verlies van belanghebbende met kosten van groot onderhoud en herstructurering.