ECLI:NL:PHR:2000:AA6527
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige daad en cessie bij faillissement van vennootschap
In deze zaak stond centraal de vraag of de cessie van een vordering van Lagero Europe B.V. aan [eiseres] rechtsgeldig was overgedragen en of [eiseres] zelf een eigen vordering op [verweerder] had. Lagero Europe was failliet verklaard en [verweerder] was curator. [Eiseres] had het bedrijfspand gekocht en een nieuwe vennootschap opgericht om de activiteiten voort te zetten.
De Hoge Raad oordeelde dat de cessie niet rechtsgeldig was omdat de vereiste mededeling aan de schuldenaar niet vóór het faillissement had plaatsgevonden, zoals vereist door art. 3:94 BW Pro en art. 35 F. De curator kan een cessie niet rechtsgeldig maken door achteraf mededeling te doen. Dit volgt uit het fixatiebeginsel van de Faillissementswet dat levering na faillissement niet meer geldig kan plaatsvinden.
Daarnaast bevestigde de Hoge Raad dat een aandeelhouder geen eigen rechtstreekse vordering kan instellen voor schade die afgeleid is van de schade van de vennootschap, tenzij de derde jegens de aandeelhouder zelf onrechtmatig heeft gehandeld. [Eiseres] had onvoldoende gesteld om een uitzondering op dit beginsel aan te nemen.
Het beroep van [eiseres] werd verworpen. Het arrest bevestigt de strikte toepassing van cessievereisten bij faillissement en de scheiding tussen rechten van vennootschap en aandeelhouder bij onrechtmatige daad en schadevergoeding.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde dat de cessie niet rechtsgeldig was en dat [eiseres] geen eigen vordering had.