ECLI:NL:HR:2000:AA6527
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- R. Herrmann
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt nietigheid cessie na faillissement en afwijzing schadevergoeding
In deze zaak vorderde eiseres, samen met haar dochteronderneming Lagero Europe, vergoeding van schade en een verklaring voor recht tegen verweerder, curator in het faillissement van Lagero-oud. Zij stelden dat verweerder hen niet had geïnformeerd over het ontbinden van een ordercontract door PTT, wat wanprestatie en dwaling zou opleveren.
De rechtbank wees de vorderingen af, en het hof bekrachtigde dit oordeel. Eiseres beriep zich op een cessie van de vordering van Lagero Europe, maar het hof oordeelde dat deze cessie niet rechtsgeldig was medegedeeld aan verweerder vóór het faillissement, waardoor art. 35 Faillissementswet Pro toepassing vond en de curator de levering niet kon voltooien.
De Hoge Raad bevestigde dat de curator niet bevoegd is om de levering van een vordering na faillissement te voltooien, omdat dit de rechtszekerheid van het register zou schaden. Tevens werd geoordeeld dat eiseres onvoldoende feiten had gesteld om een uitzondering op de hoofdregel te maken dat alleen de vennootschap zelf schadevergoeding kan vorderen voor afgeleide schade. Het beroep werd verworpen en eiseres werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd; geen schadevergoeding toegekend.