ECLI:NL:PHR:2000:AA6532
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijslevering in internationale kinderontvoeringszaak volgens HKOV
De zaak betreft een geschil over de terugkeer van drie kinderen naar de Verenigde Staten, waar zij hun gewone verblijfplaats hadden, nadat de moeder zich in Nederland wilde vestigen met de kinderen. De Centrale Autoriteit (CA) verzocht de rechtbank om teruggeleiding van de kinderen op grond van het Haags Kinderontvoeringsverdrag (HKOV). De moeder voerde verweer dat de vader had ingestemd met het verblijf in Nederland.
De rechtbank wees het verweer af en beval terugkeer, maar het hof stelde de moeder in het gelijk na bewijslevering door getuigen. De Hoge Raad bevestigt dat de Nederlandse rechter bevoegd is om in een spoedprocedure bewijs te laten leveren door getuigen, ook bij een beroep op de weigeringsgrond van artikel 13 lid 1 HKOV Pro. De bewijslast ligt bij de ouder die zich tegen terugkeer verzet.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van de CA en bevestigt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de moeder is geslaagd in haar bewijs dat de vader instemde met het verblijf in Nederland. Het incidenteel beroep van de moeder behoeft geen behandeling omdat het principaal beroep is verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat bewijslevering door getuigen is toegestaan en dat de moeder is geslaagd in haar bewijs dat de vader instemde met het verblijf van de kinderen in Nederland.