ECLI:NL:PHR:2000:AA7955
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring mishandeling met zwaar lichamelijk letsel door snijden met auto
Verdachte werd door het gerechtshof Arnhem veroordeeld wegens opzettelijke mishandeling met zwaar lichamelijk letsel, nadat hij een fietser met zijn auto had gesneden, waardoor het slachtoffer ten val kwam en een gebroken heupgewricht opliep.
De verdediging stelde in cassatie dat de bewezenverklaring onbegrijpelijk en innerlijk tegenstrijdig was, omdat het snijden met de auto op zichzelf geen mishandeling zou opleveren zonder aanrijding en letsel. De Hoge Raad overwoog uitgebreid dat mishandeling materieel bestaat uit het toebrengen van pijn of letsel, en dat het snijden met de auto in deze zaak bewust de aanmerkelijke kans op vallen en letsel inhield.
De Hoge Raad verwees naar eerdere jurisprudentie waarin soortgelijke situaties werden beoordeeld en concludeerde dat de bewezenverklaring niet onbegrijpelijk of tegenstrijdig was. Ook het middel dat het hof onvoldoende aandacht zou hebben besteed aan vormverzuimen en mogelijke onrechtmatigheid van het onderzoek werd verworpen, omdat geen ernstig vermoeden van onrechtmatigheid uit de stukken bleek.
Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de veroordeling tot een geldboete en subsidiaire hechtenis in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens opzettelijke mishandeling met zwaar lichamelijk letsel blijft in stand.