ECLI:NL:PHR:2000:AA7956
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor medeplegen drugshandel en behandelt wrakingsverweer
Het gerechtshof te ’s-Gravenhage heeft verdachte op 25 januari 2000 veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf wegens poging tot het uitvoeren van amfetamine, medeplegen van het vervoeren van hasj en deelname aan een criminele organisatie. Tevens werden een vacuummachine en een personenauto verbeurd verklaard. De zaak hing samen met andere zaken tegen medeverdachten.
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep en oordeelde dat de bewijsconstructie van het hof, gebaseerd op afgeluisterde telefoongesprekken met verhullende taal en verklaringen van getuigen, voldoende was om het vervoer van hasj te bewijzen. Het hof mocht het zwijgen van verdachte meenemen in de bewijswaardering, gelet op de omstandigheden en jurisprudentie van het EHRM.
Daarnaast werd een wrakingsverweer tegen rechters van de rechtbank afgewezen. De Hoge Raad bevestigde dat het hof zich niet bevoegd achtte om de wrakingsbeslissing te toetsen, maar dat de klacht over onpartijdigheid gegrond was in zoverre het hof zich hierover niet expliciet had uitgelaten. Desondanks leidde dit niet tot cassatie omdat geen sprake was van een onpartijdige instantie volgens art. 6 EVRM Pro.
Ten slotte verbeterde de Hoge Raad de kwalificatie van het bewezenverklaarde feit van poging tot medeplegen naar medeplegen van poging tot een verboden handeling op grond van de Opiumwet. Het cassatieberoep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling tot zes jaar gevangenisstraf en wijst het wrakingsverweer af.