ECLI:NL:PHR:2000:AA8257
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt nietigheid van economische eigendomsoverdrachten die voorkeursrecht gemeente frustreren
In deze zaak stond centraal de vraag of ontwikkelingsovereenkomsten waarbij grondeigenaren hun feitelijke beschikkingsmacht over grond overdroegen aan een derde, in casu de gemeente Zoetermeer, in strijd waren met het voorkeursrecht van de gemeente Bleiswijk. De grondeigenaren sloten met Zoetermeer overeenkomsten die feitelijk neerkwamen op levering na verkoop, waardoor Bleiswijk haar voorkeursrecht niet kon uitoefenen.
De Rechtbank wees het verzoek tot nietigverklaring af, stellende dat het niet onaannemelijk was dat Zoetermeer de bestemming tijdig zou realiseren en dat het voorkeursrecht geen beletsel vormde voor zelfrealisatie door derden. Het Hof vernietigde deze beslissing en verklaarde de overeenkomsten nietig, omdat zij de regiefunctie van Bleiswijk bij de ontwikkeling van de grond aantastten en de feitelijke beschikkingsmacht tegen een vaste prijs was overgedragen zonder dat sprake was van zelfrealisatie voor eigen risico.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof en verduidelijkte dat art. 26 Wvg Pro nietigheid kan inroepen tegen rechtshandelingen die de aanbiedingsplicht aan de gemeente ontduiken, met name wanneer de eigenaar de beschikkingsmacht overdraagt zonder zelf of voor eigen risico te realiseren. De Hoge Raad benadrukte dat het belang van de gemeente bij het voorkeursrecht ligt in het waarborgen van haar regiefunctie en tijdige realisatie van bestemmingen, en dat economische overdrachten die dit frustreren niet zijn toegestaan. Tevens werd bevestigd dat het oordeel van het Hof niet in strijd is met het EVRM en dat de toetsing aan art. 26 Wvg Pro ex tunc plaatsvindt.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de nietigheid van de ontwikkelingsovereenkomsten die het voorkeursrecht van de gemeente frustreren.