Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
3.Bespreking van het cassatiemiddel
klacht I, naast een motiveringsklacht, ook een rechtsklacht. Het onderdeel staat in het teken van het wettelijk voorkeursrecht van de gemeente Veenendaal op een perceel op bedrijventerrein ‘De Batterijen’ waarop Info Support graag haar bedrijf wilde vestigen. Info Support verwijt de gemeente Veenendaal dat zij niet naar aanleiding van de (voorgenomen) verkoop door de [oud-eigenaar] aan Stichts Beheer, zich op haar voorkeursrecht heeft beroepen. De steller van het middel doet voorkomen alsof het in dat verband erom gaat welke maatstaf in 2000/2001
door een rechterbij de toepassing van art. 26 Wet Pro voorkeursrecht gemeenten (hierna ook Wvg) gehanteerd diende te worden. [5] Mijns inziens is dit niet juist. Voor de vraag welke inspanning van de gemeente Veenendaal in 2000/2001 kon worden verwacht, is weliswaar van belang welke wettelijke mogelijkheden haar ten dienste stonden, maar dan vanuit het perspectief van de inschatting van die mogelijkheden zoals die in 2000/2001
door de gemeente Veenendaalin redelijkheid mocht worden gemaakt, op grond van hetgeen toen aan die gemeente als een zorgvuldig schuldenaar bekend behoorde te zijn.
als eigenaarover de gronden kon beschikken. Die beslissing hield uw Raad overeind. Ik citeer de belangrijkste overwegingen van de beschikking van uw Raad:
in enige zinafbreuk aan haar voorkeursrecht doet, nietig laten verklaren, dan is haar positie uiteraard het sterkst. In dat geval is de gemeente die een voorkeursrecht heeft gevestigd in feite de enige partij waarmee een grondeigenaar over de verkoop van de grond kan onderhandelen, ook als er andere partijen geïnteresseerd zijn die een hoger bedrag willen betalen. Indien daarentegen een gemeente niet kan optreden tegen een rechtshandeling tussen een grondeigenaar en een derde waarmee het voorkeursrecht wordt omzeild, verzwakt dit de positie van de gemeente zeer. De gemeente is dan, ondanks het gevestigde voorkeursrecht, niet langer de enige partij met wie een grondeigenaar over de verkoop van zijn grond kan onderhandelen. En indien een derde partij, zoals een projectontwikkelaar, bereid is om veel meer te betalen dan een gemeente in redelijkheid kan, zijn er niet veel eigenaren die voor zo’n aanbod van een projectontwikkelaar niet gevoelig zijn.
door een rechterhad moeten worden gehanteerd. Zou dit uitgangspunt juist zijn, dan is uiteraard de inhoud van de beschikking van uw Raad van 17 december 2004 ten volle van belang. Maar dat uitgangspunt is niet juist. Het gaat erom welke inschatting door de gemeente Veenendaal in 2000/2001 in redelijkheid mocht worden gemaakt, op grond van hetgeen aan haar toen bekend behoorde te zijn (vergelijk hiervoor onder 3.3).
vanwege leegstand van kantoren in de regio.
klacht IVbestrijdt het oordeel van het hof in het laatste deel van rechtsoverweging 4.17, volgens welke de Gemeenten hun inspanningsverbintenissen mede niet hebben geschonden omdat zij met Info Support over herhuisvesting op een andere locatie in overleg blijven.
klacht II, gegeven. Die klacht ziet op de stelling van Info Support dat de gemeente Veenendaal in verband met de inhoud van het zogenaamde ISEV-convenant meer kon doen om de gemeente Ede ertoe te bewegen een bestemmingsplan vast te stellen dat de vestiging van Info Support wel mogelijk zou maken, dan zij heeft gedaan. Waar in cassatie uitgangspunt is dat de Provincie aan een zodanig bestemmingsplan geen medewerking zou hebben verleend, heeft Info Support bij het tweede onderdeel geen belang. Aldus zou immers de volgens Info Support mogelijke en vereiste actievere houding van de gemeente Veenendaal uiteindelijk tot niets hebben geleid.
klacht V, betreft een voortbouwklacht, en behoeft geen bespreking.