ECLI:NL:PHR:2000:AA8362
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitleg huurbeding bij hypotheek en langdurige huur van nieuw gebouw
In deze zaak stond centraal de uitleg van een huurbeding opgenomen in hypotheekakten op een perceel grond met bestaande appartementen. De vraag was of dit beding ook van toepassing was op een later gebouwd appartement dat door de huurder was gefinancierd en langdurig werd gehuurd.
Het Gemeenschappelijk Hof oordeelde dat het huurbeding uitsluitend betrekking had op de bij hypotheekvesting bestaande appartementen en niet op het nieuw gebouwde appartement. Tevens stelde het Hof vast dat de hypotheekhouder niet te goeder trouw kon zijn door stilzwijgende instemming met het huurrecht van de huurder. Daarnaast werd vastgesteld dat de verhuurder wanprestatie pleegde door tijdens afwezigheid van de huurder de sloten te vervangen, waardoor het huurgenot werd ontzegd.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de verhuurder. De Raad achtte het oordeel van het Hof niet onbegrijpelijk en bevestigde dat het huurbeding niet zag op het later gebouwde appartement. Ook de vaststelling van wanprestatie en het recht op nakoming en schadevergoeding werden bekrachtigd. De Hoge Raad benadrukte dat een ingebrekestelling niet vereist is wanneer uit gedragingen blijkt dat nakoming wordt geweigerd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de hypotheekhouder wordt verworpen; het huurbeding ziet niet op het later gebouwde appartement en wanprestatie door ontzegging huurgenot is vastgesteld.