ECLI:NL:PHR:2000:AA8448
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toelatingsregeling Nederlandse Antillen en discriminatie tussen Nederlanders
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba over de toepassing van de Landsverordening Toelating en Uitzetting (LTU). De LTU bevat een vergunningsvereiste voor toelating tot de Nederlandse Antillen, met uitzondering voor Nederlanders die krachtens geboorte een band met de Antillen hebben. Eisers stelden dat dit onderscheid discriminerend en onrechtmatig is.
De rechtbanken hebben geoordeeld dat dit onderscheid gerechtvaardigd is, mede op grond van het staatsrechtelijke kader van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden en de gemaakte voorbehouden bij internationale verdragen zoals het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (EVRM). De Hoge Raad bevestigt dat Nederland en de Nederlandse Antillen als afzonderlijke landen gelden voor de toepassing van deze verdragen, waardoor het onderscheid in toelatingsbeleid is toegestaan.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid de betekenis van het begrip "eigen land" in art. 12 lid 4 IVBPR Pro en art. 3 lid 2 Protocol Pro nr. 4 EVRM, en concludeert dat een verblijf van tien jaar in de Nederlandse Antillen een sterke band kan vormen die recht geeft op toelating. De regeling is echter niet onaanvaardbaar, mede gezien de kleine bevolkingsomvang van de Antillen en het belang van bescherming van de economische belangen van de Antilliaanse inwoners.
Het beroep op discriminatie op grond van internationale verdragen wordt verworpen, waarbij de Hoge Raad benadrukt dat het onderscheid op objectieve en redelijke gronden is gebaseerd. Ook het beroep op het EG-recht wordt afgewezen omdat de situatie binnen een zuiver nationaal kader valt. De Hoge Raad vernietigt het bestreden vonnis en wijst de zaak terug voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het onderscheid in de LTU gerechtvaardigd is en vernietigt het bestreden vonnis voor verdere behandeling.