ECLI:NL:PHR:2000:AA8453
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vergoeding gemist overwerk en nevenwerkzaamheden na bedrijfsongeval
In deze zaak staat de vergoeding van schade wegens gemist overwerk en nevenwerkzaamheden centraal, voortvloeiend uit een bedrijfsongeval in 1986 waarbij de benadeelde blijvend letsel opliep en gedeeltelijk arbeidsongeschikt raakte.
De benadeelde stelde een schadevergoeding van circa ¦ 282.350,- vorderde, waarvan het overwerk bij de werkgever en nevenwerkzaamheden bij een bakkerij onderdeel uitmaakten. De rechtbank stelde vast dat de benadeelde gemiddeld 5 uur per week overwerkte en daarnaast structureel werkzaamheden verrichtte bij de bakker, met een netto vergoeding van ¦ 15 per uur, betaald zonder kwitanties.
De werkgever betwistte de omvang en het bestaan van het overwerk en de nevenwerkzaamheden, evenals de grondslag van de schadeberekening, met name het uitgangspunt van netto- of bruto-inkomsten. De rechtbank achtte de verklaringen van de benadeelde, zijn echtgenote en getuigen voldoende aannemelijk en ging uit van voortzetting van de werkzaamheden tot de 55-jarige leeftijd, met lineaire afbouw tot 60 jaar.
De Hoge Raad bevestigde deze benadering, oordeelde dat de rechtbank voldoende gemotiveerd had waarom netto-inkomsten als uitgangspunt dienden en dat de aannemelijkheid van voortzetting van de werkzaamheden door de benadeelde niet onredelijk was betwist. Het beroep van de werkgever werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt vergoeding van gemist overwerk en nevenwerkzaamheden op basis van netto-inkomsten tot 55-jarige leeftijd met afbouw tot 60 jaar.