ECLI:NL:PHR:2000:AA8454
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep terugvordering kosten bijstand wegens overschrijding beroepstermijn
In deze zaak staat centraal of verzoeker terecht niet-ontvankelijk is verklaard in zijn hoger beroep tegen de terugvordering van kosten van bijstand door de gemeente. De rechtbank had geoordeeld dat het beroep te laat was ingediend, omdat het beroepschrift pas na de beroepstermijn van vier weken was ontvangen. Deze termijn vangt aan na verzending van een afschrift van de beschikking aan de belanghebbende.
De Hoge Raad stelt vast dat de inleidende verzoekschriften vóór 1 januari 1996 zijn ingediend, zodat de oude procesregels van toepassing zijn, waaronder de beroepstermijn van vier weken volgens art. 66 lid Pro 1 (oud) ABW. De rechtbank ging ervan uit dat het afschrift van de beschikking aan verzoeker was verzonden, maar uit de stukken blijkt niet dat de griffier dit daadwerkelijk heeft gedaan. De toezending aan de gemeente kan niet worden gelijkgesteld aan toezending aan verzoeker.
Omdat de beroepstermijn pas begint te lopen na daadwerkelijke verzending aan verzoeker, en dit niet is aangetoond, kan de niet-ontvankelijkverklaring niet in stand blijven. De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak voor nieuwe beoordeling van ontvankelijkheid en inhoudelijke behandeling van het beroep.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring en verwijst de zaak voor nieuwe beoordeling.