ECLI:NL:PHR:2000:AA8716
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid huurprijsvaststelling ondanks klachten hoor en wederhoor
Verzoekster huurde van 1993 tot 1998 een woning van Stichting Volkswoningen en vorderde vergoeding voor vochtoverlast. Na afwijzing van haar vordering bij de kantonrechter en hoger beroep, stelde de huurcommissie de redelijkheid van huurverhogingen vast. Verzoekster maakte bezwaar tegen de huurverhogingen en verzocht de kantonrechter de huurprijs vast te stellen op een lager bedrag vanwege ernstige vochtoverlast.
De kantonrechter stelde de huurprijs vast conform het voorstel van de stichting, waarna verzoekster hoger beroep instelde. De rechtbank oordeelde dat tegen de beschikking van de kantonrechter in beginsel geen hoger beroep openstaat, maar dat verzoekster ontvankelijk was vanwege klachten over de toepassing van art. 27 Hpw Pro. Deze klachten werden ongegrond verklaard.
In cassatie klaagde verzoekster over schending van het beginsel van hoor en wederhoor bij de huurcommissie, onvoldoende motivering van de rechtbank en onjuiste toepassing van procedurele regels door de kantonrechter. De Hoge Raad verwierp deze klachten, oordeelde dat verzoekster voldoende gelegenheid had gekregen tot hoor en wederhoor en dat de kantonrechter zijn beoordelingsvrijheid niet had overschreden. Het cassatieberoep werd verworpen en verzoekster werd in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoekster wordt verworpen en de huurprijsvaststelling conform het voorstel van de stichting blijft in stand.