ECLI:NL:PHR:2000:AA8722
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat arbeidsovereenkomst met Fugro Engineers na 1991 niet voortduurde
In deze zaak stond centraal of de arbeidsovereenkomst tussen eiser en Fugro Engineers, gesloten op 1 maart 1985, ook na 1 juni 1991 bleef voortduren toen eiser in dienst trad bij Fugro Consultants en in Jakarta werd gedetacheerd. Eiser stelde dat de overeenkomst voortduurde of dat er in juni/juli 1995 een nieuwe arbeidsovereenkomst tot stand kwam. Fugro Engineers betwistte dit en stelde dat de arbeidsovereenkomst met haar per 1 juni 1991 was geëindigd.
De rechtbank oordeelde dat de arbeidsovereenkomst met Fugro Engineers was geëindigd en dat er geen nieuwe overeenkomst was gesloten in 1995, mede omdat het aanbod van Fugro Engineers in juli 1995 herroepelijk was en tijdig was ingetrokken. Ook was de vordering van eiser wegens kennelijk onredelijk ontslag verjaard.
Eiser stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraken. De Hoge Raad behandelde de middelen die stelden dat de arbeidsovereenkomst na 1991 voortduurde en dat het aanbod in 1995 onherroepelijk was. De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank de feiten en brieven juist had uitgelegd en dat er geen sprake was van voortzetting van het dienstverband met Fugro Engineers na 1 juni 1991. Ook was het aanbod in juli 1995 herroepelijk en was er geen aanvaarding door eiser.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank dat er geen arbeidsovereenkomst meer bestond tussen eiser en Fugro Engineers na 1 juni 1991 en dat er geen nieuwe overeenkomst was gesloten in 1995.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en de arbeidsovereenkomst met Fugro Engineers na 1 juni 1991 wordt niet erkend.