ECLI:NL:PHR:2000:AA8823
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vermindering van ontnemingsbedrag wegens overschrijding redelijke termijn in strafzaak heling computerspellen
In deze strafzaak heeft het Hof te Arnhem bewezen verklaard dat verdachte in november 1994 in Hengelo een grote hoeveelheid computerspellen heeft verworven en voorhanden gehad, wetende dat het om door misdrijf verkregen goederen ging. Het Hof legde aan verdachte de verplichting op tot betaling van f 4.050,-- aan de Staat, bij gebreke daarvan te vervangen door 45 dagen hechtenis.
Verdachte stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad behandelde drie middelen, waaronder een klacht over onvoldoende motivering van het ontnemingsbedrag, het niet reageren op een draagkrachtverweer en de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht het voordeel had vastgesteld op basis van een mogelijke opbrengst van f 10,-- per doos, en dat het draagkrachtverweer onvoldoende was onderbouwd om daarop in te gaan. Wel werd geoordeeld dat de overschrijding van ruim twaalf maanden tussen het instellen van het cassatieberoep en ontvangst van de stukken door de Hoge Raad een ernstige schending van de redelijke termijn vormde.
De Hoge Raad besloot dat in ontnemingsprocedures een overschrijding van de redelijke termijn moet leiden tot vermindering van het te betalen bedrag en de duur van vervangende hechtenis, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen. Die waren hier niet aanwezig. Daarom werd het ontnemingsbedrag en de duur van de hechtenis met 10% verminderd, terwijl het cassatieberoep voor het overige werd verworpen.
Uitkomst: Het ontnemingsbedrag en de duur van vervangende hechtenis worden met 10% verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn.