ECLI:NL:HR:2000:AA8823
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- F.H. Koster
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontnemingsmaatregel met vermindering wegens termijnoverschrijding
Het Gerechtshof Arnhem heeft aan verdachte de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van 4.050 gulden als ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, met een subsidiaire vervangende hechtenis van 45 dagen bij niet-betaling. Verdachte stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad beoordeelde drie middelen van cassatie. Het eerste middel betrof de motivering van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel, waarbij het Hof voldoende gemotiveerd had dat het voordeel bestond uit 405 dozen speelgoed tegen 10 gulden per doos. Het tweede middel klaagde over het ontbreken van een beslissing op het draagkrachtverweer, maar het Hof was niet gehouden te reageren op het onvoldoende onderbouwde verweer van verdachte.
Het derde middel betrof de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, omdat tussen het instellen van het cassatieberoep en de ontvangst van de stukken bij de Hoge Raad ruim twaalf maanden waren verstreken zonder bijzondere omstandigheden. De Hoge Raad oordeelde dat dit een ernstige termijnoverschrijding is, wat in ontnemingszaken leidt tot vermindering van het te betalen bedrag en de duur van vervangende hechtenis. De Hoge Raad vernietigde daarom het bestreden deel van de uitspraak en verminderde het bedrag en de duur met 10%, maar verwierp het beroep verder.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de ontnemingsmaatregel en vermindert het te betalen bedrag en de duur van vervangende hechtenis met 10% wegens overschrijding van de redelijke termijn.