ECLI:NL:PHR:2000:AA8828
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatige betekening oproeping en geldigheid proces-verbaal in bedreiging met zware mishandeling
Verdachte is door het hof Amsterdam bij arrest van 5 juli 1999 veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf wegens bedreiging met zware mishandeling. Tegen dit arrest is cassatieberoep ingesteld met twee middelen. Het eerste middel betrof de wijze van oproeping voor de terechtzitting van 21 juni 1999, waarbij werd aangevoerd dat de oproeping niet op de juiste verblijfplaats in het buitenland was betekend.
De Hoge Raad oordeelt dat de oproeping rechtmatig is betekend op het adres waar verdachte in de basisadministratie persoonsgegevens stond ingeschreven, en dat de raadsman van verdachte ter terechtzitting aanwezig was zonder hierover te klagen. Hierdoor kan niet in cassatie worden geklaagd over de betekening. Bovendien is vastgesteld dat verdachte vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om in persoon te verschijnen.
Het tweede middel betrof de enkelvoudige ondertekening van het proces-verbaal door de griffier zonder handtekening van de voorzitter. De Hoge Raad bevestigt de vaste jurisprudentie dat dit niet leidt tot nietigheid van het proces-verbaal of het onderzoek, mits de griffier het proces-verbaal heeft ondertekend en de voorzitter daartoe niet in staat was.
Beide middelen worden verworpen en het cassatieberoep wordt afgewezen. Er zijn geen ambtshalve gronden voor vernietiging aangetroffen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam blijft in stand.