ECLI:NL:HR:2000:AA7305
Hoge Raad
- Cassatie
- W.E. Haak
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt beroep in cassatie tegen uitleveringsuitspraak Macedonische autoriteiten
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Arrondissementsrechtbank Amsterdam die de uitlevering van de opgeëiste persoon aan de Republiek Macedonië toelaatbaar heeft verklaard. De opgeëiste persoon, geboren in Tsjecho-Slowakije en zonder bekende woonplaats in Nederland, was ten tijde van de uitspraak gedetineerd in het Huis van Bewaring De Zwaag te Hoorn.
Namens de opgeëiste persoon werd cassatiemiddelen voorgesteld door mr. A.A. Franken. De Advocaat-Generaal Jörg concludeerde dat het beroep verworpen moest worden. De Hoge Raad nam kennis van het schriftelijk commentaar van de raadsman, maar oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen reden bestond om ambtshalve te vernietigen.
De Hoge Raad oordeelde dat het beroep niet ontvankelijk was en verwierp het zonder nadere motivering, conform artikel 101a van het Wetboek van Strafvordering. Het arrest werd gewezen door president W.E. Haak en raadsheren G.J.M. Corstens en J.P. Balkema en uitgesproken op 3 oktober 2000.
Uitkomst: Het beroep in cassatie tegen de uitleveringsuitspraak wordt verworpen en de uitlevering aan Macedonië is toelaatbaar verklaard.