ECLI:NL:PHR:2000:AA8898
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toelating van tussenkomst in appelprocedure ter bescherming regresrecht
In deze zaak vordert Scob B.V. in een appelprocedure tussen BP Noord-Oost Nederland B.V. en de gemeente Apeldoorn toegelaten te worden als tussenkomende of gevoegde partij aan de zijde van de gemeente. Het hof Arnhem wees deze vordering af wegens gebrek aan belang, stellende dat afwijzing niet leidt tot benadeling van Scob's regresrecht jegens BP.
De Hoge Raad bespreekt de strenge criteria voor tussenkomst en voeging zoals neergelegd in art. 285 Rv Pro en eerdere jurisprudentie, waarbij belang vereist is om benadeling van een recht te voorkomen. Scob stelt belang te hebben bij instandhouding van de hoofdelijke aansprakelijkheid van BP, om haar regresrecht veilig te stellen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de stellingen van Scob verkeerd heeft uitgelegd en miskent dat de uitkomst van de appelprocedure bepalend kan zijn voor de hoogte van de schadevergoeding die Scob moet betalen. De Hoge Raad acht tussenkomst daarom mogelijk en vernietigt het arrest van het hof, verwijzend ter verdere behandeling.
De zaak betreft complexe aansprakelijkheidsverhoudingen en regresrechten tussen partijen in milieuschadeprocedures, waarbij de Hoge Raad het belang van tussenkomst om regresrechten te beschermen benadrukt.
Uitkomst: Het arrest van het hof Arnhem wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen vanwege het belang van Scob bij tussenkomst ter bescherming van haar regresrecht.