ECLI:NL:PHR:2000:AA9096
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over waardering bonuscertificaten coöperatie voor omzetbelasting
De zaak betreft een beroep van de Staatssecretaris van Financiën tegen een uitspraak van het Hof Leeuwarden over de fiscale behandeling van bonuscertificaten uitgegeven door een coöperatie aan haar leden in de jaren 1990 tot en met 1992. De coöperatie had deze certificaten volgestort door een deel van het positieve saldo van haar exploitatierekening aan de leden toe te kennen naar rato van de geleverde melk. De coöperatie beschouwde deze stortingen als onderdeel van het aan haar in rekening gebrachte bedrag en bracht hierover voorbelasting in aftrek.
De Inspecteur was het hier niet mee eens en legde een naheffingsaanslag op, stellende dat de stortingen op de certificaten niet tot het in rekening gebrachte bedrag behoorden. Het Hof verklaarde het beroep van de coöperatie gegrond en oordeelde dat het op de certificaten gestorte bedrag onderdeel uitmaakt van de vergoeding voor de geleverde melk.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof ten onrechte de uitgifte van certificaten, de uitdeling van winst en de volstorting als gescheiden handelingen heeft beschouwd, terwijl deze functioneel en causaal met elkaar verbonden zijn en als één geheel moeten worden behandeld. De Hoge Raad bevestigt dat het niet de vorm van de tegenprestatie is die telt, maar of deze ter zake van de geleverde prestaties wordt verstrekt. De zaak wordt vernietigd en verwezen naar een ander gerechtshof voor nader onderzoek naar de waarde van de bonuscertificaten als tegenprestatie, waarbij onder meer de kans op uitbetaling en de contante waarde moeten worden beoordeeld.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor nader onderzoek naar de waarde van de bonuscertificaten als tegenprestatie.