ECLI:NL:PHR:2000:ZD9986
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring bedreiging met misdrijf tegen het leven door inrijden op agenten
In deze zaak stond de vraag centraal of het handelen van verdachte, die met een auto op politieambtenaren inreed, moest worden gekwalificeerd als bedreiging met een misdrijf tegen het leven of als poging tot doodslag. Het hof had vastgesteld dat verdachte met opzet de politieambtenaren bedreigde door hen te dwingen opzij te gaan, maar dat hij niet de aanmerkelijke kans aanvaardde dat zij daardoor zouden overlijden.
De verdediging stelde dat het hof slechts had kunnen afleiden dat sprake was van opzet op doodslag of poging daartoe, maar de Hoge Raad verwierp deze stelling. De Hoge Raad benadrukte dat bedreiging met een misdrijf tegen het leven en poging tot dat misdrijf dogmatisch moeten worden onderscheiden, waarbij het opzet van de dader bepalend is.
Het hof had de verklaring van verdachte en de verklaringen van de verbalisanten als bewijs gebruikt. Uit deze verklaringen bleek dat verdachte gas gaf om niet te stoppen en de politie te verhinderen hem aan te houden, maar dat hij erop rekende dat de agenten opzij zouden gaan. De Hoge Raad achtte dit oordeel niet onbegrijpelijk en kon dit niet verder toetsen in cassatie.
Verder werd een klacht over overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase verworpen, omdat de overschrijding gering was. De Hoge Raad besloot de straf te verminderen vanwege deze termijnoverschrijding en het cassatieberoep voor het overige te verwerpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor bedreiging met een misdrijf tegen het leven en vermindert de straf wegens lichte termijnoverschrijding.