ECLI:NL:PHR:2001:AA9309
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewuste roekeloosheid en aansprakelijkheidsbeperking bij diefstal van vrachtwagens met sigarettenlading
In deze zaak gaat het om de uitleg van art. 29 lid 1 van Pro het CMR-verdrag in samenhang met art. 8:1108 lid 1 BW Pro. Eiseres vervoerde sigaretten in opdracht van verweerster 1 naar Italië. Tijdens de rit werden twee trekker-/opleggercombinaties met de lading gestolen nadat de chauffeurs deze op een onbewaakte parkeerplaats in Italië achterlieten en gezamenlijk gingen eten, waardoor de vrachtauto's onbewaakt bleven.
Het Hof oordeelde dat de chauffeurs roekeloos handelden en met de wetenschap dat schade waarschijnlijk zou voortvloeien, waardoor de aansprakelijkheidsbeperking van de vervoerder niet van toepassing is. Eiseres kwam in cassatie tegen dit oordeel, stellende dat het Hof het criterium van bewuste roekeloosheid onjuist toepaste en onvoldoende motiveerde.
De Hoge Raad benadrukt dat art. 29 CMR Pro verdragsautonoom moet worden uitgelegd met inachtneming van het subjectieve element van bewuste roekeloosheid, waarbij de chauffeur moet hebben geweten dat schade waarschijnlijk zou ontstaan. Het Hof heeft op basis van de feiten en omstandigheden terecht geoordeeld dat de chauffeurs dit bewustzijn hadden, omdat zij instructies negeerden, geen anti-diefstalmaatregelen troffen en de vrachtauto's onbewaakt achterlieten.
De klachten van eiseres worden verworpen omdat het Hof het juiste criterium hanteerde en zijn oordeel voldoende heeft gemotiveerd. De Hoge Raad bevestigt daarmee de doorbraak van de aansprakelijkheidsbeperking van de vervoerder wegens bewuste roekeloosheid van de chauffeurs.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het oordeel dat de aansprakelijkheidsbeperking door bewuste roekeloosheid is doorbroken, blijft staan.