ECLI:NL:PHR:2001:AA9428
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijslastverdeling bij brandstichting in woning
In deze zaak staat centraal of eiser aansprakelijk is voor de brand die zijn woning heeft getroffen, waarbij de verzekeraars weigeren uit te keren wegens vermoedelijke brandstichting door eiser zelf. De verzekeraars baseren hun standpunt op een uitgebreid rapport van Stekelenburg, waarin brandstichting wordt vermoed, terwijl eiser een technische oorzaak van de brand aanvoert, met name een defect aan een kruimeldief in de trapkast.
De rechtbank wees het verzoek van eiser af, stellende dat de verzekeraars voldoende bewijs hadden geleverd dat eiser de brand heeft veroorzaakt. Het hof bevestigde dit oordeel en oordeelde dat de bewijslast rust op de verzekeraars, maar dat deze voldoende aannemelijk hadden gemaakt dat de brand niet door een technische oorzaak was ontstaan. Eiser slaagde er niet in zijn bewijsopdracht te vervullen dat de brand zonder merkelijke schuld of nalatigheid van zijn zijde was ontstaan.
De Hoge Raad overweegt dat het hof de bewijslastverdeling terecht heeft toegepast en dat de omkering van de bewijslast op grond van redelijkheid en billijkheid voldoende is gemotiveerd. De klachten van eiser over het ontbreken van nadere motivering en het niet ingaan op bepaalde tegenargumenten worden verworpen. Het hof heeft ook terecht geoordeeld dat het niet beslissend is waar de brand precies is ontstaan, en dat de waardering van het bewijs aan het hof toekomt. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat eiser niet is geslaagd in zijn bewijs dat de brand door een technische oorzaak is ontstaan.