ECLI:NL:PHR:2001:AA9557
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aansprakelijkheid bestuurders voor kosten bestuursdwang en faillissement
In deze zaak ging het om een geschil tussen eiseres en eiser tegen de Provincie Fryslân over de toepassing van bestuursdwang en de daarop volgende faillissementsverklaring van eiseres en eiser. De Provincie had bestuursdwang toegepast om illegale afvalsituaties te beëindigen en de kosten daarvan op eiseres en eiser verhaald. De rechtbank en het hof verklaarden beiden eiseres en eiser in staat van faillissement wegens het niet betalen van deze kosten.
Eiseres en eiser voerden in hoger beroep en cassatie aan dat zij niet als overtreder konden worden aangemerkt en dat de bestuursdwangbeschikkingen niet zorgvuldig waren voorbereid. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had vastgesteld dat zij als overtreder konden worden aangemerkt en dat de bestuursdwangaanschrijvingen onmiddellijke werking en rechtskracht hebben. Het feit dat eiseres en eiser geen schorsingsverzoek hadden ingediend bij de bestuursrechter was doorslaggevend.
De Hoge Raad benadrukte dat het niet aan de burgerlijke rechter is om de bestuursrechtelijke aansprakelijkheid te beoordelen, maar dat eiseres en eiser nalieten om dit bij de bestuursrechter te doen. De faillissementsverklaring was gegrond omdat zij niet betaalden en in een toestand van opgehouden betaling verkeerden. Het beroep werd verworpen en de eerdere uitspraken bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de faillissementsverklaringen van eiseres en eiser bevestigd.