ECLI:NL:PHR:2001:AA9901
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over loonbetaling bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid en verplichting werkgever tot passend werk
De zaak betreft een geschil tussen werknemer en werkgever Filtec over de doorbetaling van loon na een ontslag op staande voet dat door het Gerechtelijk Ambtenarencollege (GEA) nietig werd verklaard. De werknemer was sinds oktober 1996 arbeidsongeschikt en ontving een uitkering die op 8 augustus 1997 eindigde. Hij stelde zich bereid om zijn werk te hervatten met de beperking dat hij geen zwaar werk kon verrichten vanwege rugklachten. Filtec weigerde hem passend werk aan te bieden en stelde dat hij nog steeds arbeidsongeschikt was.
Het GEA oordeelde dat de arbeidsovereenkomst op 23 december 1997 ontbonden werd en kende een vergoeding toe. De werknemer vorderde doorbetaling van loon vanaf 21 december 1996 tot de ontbinding. Het geschil spitste zich toe op de periode van 8 augustus tot 23 december 1997, waarbij de vraag was of Filtec verplicht was passend ander werk aan te bieden.
De Hoge Raad overwoog dat de werkgever in beginsel gehouden is passend werk aan te bieden aan een gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemer, mits de werknemer voldoende concreet heeft gespecificeerd welk werk hij kan verrichten. In deze zaak had de werknemer dit niet tijdig en concreet gedaan. De Hoge Raad concludeerde dat de werknemer geen belang had bij zijn klacht en verwierp het cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de werknemer wordt verworpen omdat hij onvoldoende had gespecificeerd welk passend ander werk hij kon verrichten.