ECLI:NL:PHR:2001:AA9964
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling uitvoerbaarverklaring bij voorraad van vonnis inzake onderhoud Stadsparkpaviljoen
In deze zaak procederen partijen over onderhoudsverplichtingen van het Stadsparkpaviljoen te Groningen. De huurovereenkomst is gestart op 2 november 1992. De kantonrechter heeft een deskundigenonderzoek bevolen naar de onderhoudstoestand en de kosten van herstel. De rechtbank heeft vervolgens het vonnis van de kantonrechter uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Eiser stelde cassatieberoep in tegen deze uitvoerbaarverklaring, maar het cassatiemiddel voldeed niet aan de vereisten van art. 407 lid 2 Rv Pro en bevatte geen concrete gronden waarom het oordeel van de rechtbank onjuist zou zijn. De Hoge Raad bevestigt dat het aan de rechter is om te beoordelen of een vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard, waarbij belangenafweging centraal staat.
De rechtbank had het belang van partijen afgewogen en geoordeeld dat het belang van verweerder bij spoedeisende uitvoering zwaarder woog dan het belang van eiser bij behoud van de bestaande toestand. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk en bevestigt daarmee de uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard en het vonnis van de rechtbank blijft in stand.