ECLI:NL:PHR:2001:AA9974
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over waardebepaling en schadeloosstelling bij onteigening Betuwelijn percelen
Deze zaak betreft de cassatie over de schadeloosstelling voor onteigening van percelen C 2895 en C 2902 nabij de Betuwelijn, eigendom van eiser. De onteigening werd uitgesproken ten behoeve van NS Railinfrabeheer B.V. Eiser betwist de waardering van de percelen en de wijze waarop de rechtbank de schadeloosstelling heeft vastgesteld.
De rechtbank hanteerde een complexbenadering voor perceel C 2895 en stelde de waarde vast op ƒ 40 per m2, waarbij rekening werd gehouden met de ligging en bestemmingen. Eiser stelde dat een deel bouwrijp was en een hogere waarde verdiende, maar de Hoge Raad oordeelde dat de eigendomsoverdracht na tervisielegging buiten beschouwing moet blijven en dat de complexbenadering feitelijk en voldoende gemotiveerd is.
Voor perceel C 2902 werd de kans op realisering van een tankstation annex verzorgingsplaats gering geacht, wat leidde tot een beperkte waardevermeerdering. Ook de waardevermindering door insluiting van het overblijvende perceel werd door de rechtbank en deskundigen erkend en meegenomen in de schadeloosstelling.
De Hoge Raad concludeert dat de klachten van eiser onvoldoende grond bieden voor cassatie en adviseert het beroep te verwerpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de waardering en schadeloosstelling zoals vastgesteld door de rechtbank blijven gehandhaafd.