ECLI:NL:PHR:2001:AB0289
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vennootschapsbelasting en valutavoordelen bij intercompany schulden in vreemde valuta
In deze zaak staat de fiscale behandeling centraal van een valutavoordeel dat X B.V., onderdeel van een concern, behaalde door een bijzondere aflossingsregeling met haar verbonden vennootschap B Ltd. De schulden van X B.V. aan B Ltd. waren in Nederlandse guldens uitgedrukt, maar de prijs van de geleverde goederen was in Amerikaanse dollars. Door de koersdaling van de dollar ten opzichte van de gulden in het betreffende boekjaar, behaalde X B.V. een valutavoordeel van ƒ 214.598.
Belanghebbende stelde dat dit valutavoordeel niet tot haar belastbare winst behoorde omdat het een informele kapitaalstorting betrof. De Inspecteur betwistte dit en hield vol dat de schuld als dollarschuld moest worden behandeld, waardoor koersverschillen tot de winst behoren. Het hof verwierp de primaire en subsidiaire stellingen van belanghebbende en oordeelde dat in zakelijke verhoudingen facturering en betaling in dollars gebruikelijk zijn, zodat het valutavoordeel belastbaar is.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat de schulden niet in guldens maar in dollars moesten worden beschouwd, en dat het hof ten onrechte heeft aangenomen dat de keuze voor de gulden als munteenheid onzakelijk was. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en de uitspraak van de Inspecteur en vermindert de aanslag tot een belastbaar bedrag van ƒ 47.502.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en vermindert de aanslag tot een belastbaar bedrag van ƒ 47.502.