ECLI:NL:PHR:2001:AB0401
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatie over redelijke termijn en bewijsrecht bij overtreding cadmiumnormen in ingevoerde producten
Verzoekster werd door het hof veroordeeld wegens overtreding van het Cadmiumbesluit Wms door het invoeren en voorhanden hebben van cadmiumhoudende producten die de in Nederland geldende grens van 50 mg/kg overschreden. De zaak betrof onder meer gereedschappen met te hoog cadmiumgehalte, waarvan een deel bestemd was voor de Nederlandse markt en een ander deel voor export binnen en buiten de EER.
Verzoekster stelde in cassatie onder meer dat de redelijke termijn was overschreden, dat zij niet ontvankelijk verklaard had moeten worden wegens het ontbreken van een contra-expertise, en dat het hof ten onrechte niet had beslist op haar verweer dat het bewezenverklaarde geen strafbaar feit opleverde vanwege export naar landen met andere cadmiumnormen. De Hoge Raad verwierp het middel over de redelijke termijn omdat de procedure binnen 19 maanden was afgerond.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte het belang van verzoekster bij een contra-expertise had ontkend, omdat zij zonder voorbehoud erkende cadmiumhoudende producten te hebben ingevoerd, terwijl het verbod alleen geldt boven 50 mg/kg. De weigering van een tegenonderzoek was een schending van het fair trial-beginsel. Verder verwierp de Hoge Raad het beroep op afwezigheid van alle schuld (avas) en opzet, en concludeerde dat het hof de feiten onvoldoende had gekwalificeerd en de strafmaat niet correct had vastgesteld. De zaak werd vernietigd en verwezen voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: De zaak wordt vernietigd en verwezen voor hernieuwde berechting vanwege schending van het recht op een contra-expertise en andere procesrechtelijke fouten.