ECLI:NL:PHR:2001:AB0439
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring ontucht met minderjarigen ondanks betwisting getuigenverklaringen
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Leeuwarden waarin verdachte is veroordeeld voor het plegen van ontucht met minderjarigen die aan zijn zorg waren toevertrouwd. Het hof legde een voorwaardelijke gevangenisstraf en onbetaalde arbeid op en wees schadevergoedingen toe aan de benadeelde partijen.
De verdediging voerde aan dat het bewijs onvoldoende was, met name door tegenstrijdigheden, onwaarschijnlijkheden en inconsistenties in de verklaringen van de getuigen. Tevens werd betoogd dat het hof ten onrechte afzag van het horen van een belangrijke getuige en dat het onderzoek onvoldoende objectief was uitgevoerd. Een deskundigenrapport stelde dat het onderzoek gebrekkig was en dat de verklaringen van de aangeefsters niet betrouwbaar waren.
Het hof heropende het onderzoek en hoorde zeven van de acht getuigen, waarbij de verdediging vragen kon stellen. Het hof motiveerde uitgebreid waarom het de verklaringen betrouwbaar achtte en het bewijs voldoende vond. De Hoge Raad oordeelt dat het hof de geloofwaardigheid van de getuigen naar behoren heeft beoordeeld en dat het oordeel over de betrouwbaarheid van bewijs aan de feitenrechter is voorbehouden. Ook het afzien van het horen van de niet verschenen getuige was gerechtvaardigd gezien haar emotionele toestand en het feit dat de verdediging haar verklaring bij de rechter-commissaris kon aanvechten.
De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt daarmee de veroordeling van verdachte. Er is geen sprake van schending van het recht op een eerlijk proces of andere vormverzuimen. De beslissing benadrukt het belang van de feitenrechterlijke beoordeling van bewijs en de ruimte die het hof heeft bij het wegen van getuigenverklaringen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van verdachte voor ontucht met minderjarigen.