ECLI:NL:HR:2001:AB0439
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- A.M.M. Orie
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep in zaak ontucht met minderjarige onder zorg
In deze strafzaak werd verdachte door het hof veroordeeld wegens ontucht met een minderjarige die aan zijn zorg was toevertrouwd. Het hof had het vonnis van de rechtbank vernietigd en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van twee jaar opgelegd, naast 240 uur onbetaalde arbeid.
Het cassatieberoep richtte zich onder meer tegen het oordeel van het hof om af te zien van het opnieuw oproepen van een niet verschenen getuige, ondanks het ontbreken van uitdrukkelijke instemming van de verdediging. De Hoge Raad oordeelde dat het hof zorgvuldig had afgewogen tussen het belang van de verdediging en het gezondheidsbelang van de getuige, die emotionele bezwaren had om opnieuw te getuigen.
Verder stelde de Hoge Raad vast dat de verklaringen van de getuige eerder waren gehoord in het bijzijn van de raadsman en dat het bewezenverklaring niet voornamelijk op deze getuigenverklaringen berustte. De Hoge Raad vond geen onjuiste rechtsopvatting of onbegrijpelijkheid in het oordeel van het hof en verwierp het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en onbetaalde arbeid wegens ontucht met een minderjarige.