ECLI:NL:PHR:2001:AB0746
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens niet afsluiten en in stand houden van verplichte motorrijtuigenverzekering
Verzoeker werd bij verstek veroordeeld door de arrondissementsrechtbank Arnhem voor het niet afsluiten en in stand houden van een verzekering op grond van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM). Hij stelde in cassatie dat vanwege de inbeslagname van het voertuig op 29 november 1997 geen verzekeringsplicht meer bestond per 14 februari 1998. De Hoge Raad oordeelde dat de verzekeringsplicht gekoppeld is aan de tenaamstelling van het kentekenbewijs en niet aan het bezit van het voertuig.
De Hoge Raad benadrukte dat zolang het kenteken op naam van de persoon staat, deze verzekeringsplichtig blijft, tenzij een schorsing van de registratie is aangevraagd en toegekend. Verzoeker had geen schorsing laten registreren, waardoor de verzekeringsplicht bleef bestaan. Daarnaast faalde het beroep op vertrouwen op mededelingen van verbalisanten omdat dit verweer niet in de eerdere procedure was ingebracht en in cassatie niet kan worden onderzocht.
De Hoge Raad concludeerde dat de middelen faalden en wees het cassatieberoep af. De uitspraak bevestigt dat de verzekeringsplicht niet vervalt door inbeslagname van het voertuig zonder geldige schorsing of tenaamstellingsverval.
Uitkomst: Het cassatieberoep werd verworpen en de veroordeling wegens het niet afsluiten en in stand houden van een WAM-verzekering bevestigd.