ECLI:NL:PHR:2001:AB0804
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid werknemer voor niet-verantwoorde bankopnamen in dienstbetrekking
In deze civiele zaak werd een werknemer, directeur van een stichting, aansprakelijk gesteld voor niet-verantwoorde bankopnamen tijdens zijn dienstverband. De werkgever vorderde schadevergoeding wegens wanprestatie, waaronder onverklaarde kasopnamen en vertraging in de liquidatie van de stichting.
De rechtbank oordeelde dat de werknemer ernstig verwijtbaar had gehandeld door het ontbreken van een behoorlijke administratieve verslaglegging en legde de bewijslast om te bewijzen dat de gelden ten goede van de werkgever waren gekomen bij de werknemer. De werknemer stelde dat hij beschikte over een memoriaal dat de opnamen kon verantwoorden, maar slaagde hier niet in.
De Hoge Raad overwoog dat onder het oude recht een werknemer slechts aansprakelijk is indien hem een ernstig verwijt valt te maken, gelijk aan opzet of bewuste roekeloosheid. De rechtbank had onvoldoende gemotiveerd waarom sprake was van opzet of bewuste roekeloosheid en had onterecht de bewijslast omgekeerd. De Hoge Raad vernietigde de vonnissen en verwees de zaak terug naar het hof voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de eerdere vonnissen en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor verdere behandeling.