ECLI:NL:PHR:2001:AB1050
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens overspannenheid en arbeidsongeschiktheid met discussie over hoor en wederhoor
De zaak betreft een arbeidsovereenkomst tussen verzoeker, sinds 1986 kassier, en IFA Exploitatiemaatschappij Benzinestations Amsterdam B.V., die door verzoekers overspannenheid en arbeidsongeschiktheid werd ontbonden. Verzoeker werd in augustus 1998 arbeidsongeschikt, hervatte tijdelijk werk in maart 1999, maar meldde zich in april 1999 opnieuw ziek. Het GAK verklaarde hem met terugwerkende kracht arbeidsongeschikt tot juni 1999.
Verzoeker vorderde bij de kantonrechter ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens aan IFA te wijten omstandigheden en een vergoeding van ƒ 98.027,84 bruto. De kantonrechter ontbond de arbeidsovereenkomst per 1 september 1999 en kende een vergoeding van ƒ 40.000 toe, mede gebaseerd op een second opinion van het GAK die IFA pas tijdens de zitting ter kennis werd gebracht. IFA stelde hoger beroep in en klaagde over schending van het fundamentele rechtsbeginsel van hoor en wederhoor, omdat zij niet tijdig kennis kreeg van de GAK-brief.
De rechtbank oordeelde dat het hoor en wederhoor was geschonden en stelde de vergoeding bij tot ƒ 30.000. Verzoeker stelde cassatieberoep in, dat deels niet-ontvankelijk werd verklaard omdat klachten tegen de eindbeschikking niet voldeden aan de doorbrekingsgronden van het beroep tegen art. 7:685 lid 11 BW Pro. De Hoge Raad bevestigde dat de kantonrechter IFA de gelegenheid had moeten geven zich over de nieuwe situatie van de second opinion uit te laten, hetgeen essentieel is voor een goede rechtspleging.
Uitkomst: Het cassatieberoep is verworpen voor de tussenbeschikking en niet-ontvankelijk voor de eindbeschikking wegens schending van het beginsel van hoor en wederhoor.