ECLI:NL:PHR:2001:AB1347
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over ontslag op staande voet wegens verduistering en gebruik van camerabewijs
De zaak betreft het ontslag op staande voet van een verkoopster wegens verduistering van kassageld, vastgesteld aan de hand van videobewijs. De verkoopster werd geconfronteerd met beelden waarop zij een verkoop niet aansloeg op de kassa en geld in haar tas stopte. Zij ontkende de verduistering en voerde aan dat het geld bedoeld was voor koffie en broodjes.
De kantonrechter oordeelde dat alleen de verduistering op 2 oktober 1995 als dringende reden geldt en dat het ontslag niet onverwijld was gegeven, waardoor het ontslag nietig werd verklaard. De rechtbank verwierp het verweer dat het videobewijs onrechtmatig was verkregen. De Hoge Raad stelt dat de rechtbank onvoldoende heeft onderzocht of de verduistering een dringende reden oplevert en dat de onverwijldheid van het ontslag terecht werd beoordeeld.
Verder bespreekt de Hoge Raad de toelaatbaarheid van het gebruik van verborgen camerabeelden als bewijs. De Raad vindt dat het gebruik van een camera onder omstandigheden toelaatbaar kan zijn, zeker bij een concrete verdenking, en dat het bewijs niet onrechtmatig verkregen is. De zaak wordt vernietigd en verwezen naar het hof voor nadere beoordeling, onder meer van de ernst van de gedraging en de gevolgen van het ontslag.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt eerdere vonnissen en verwijst de zaak terug naar het hof voor nadere beoordeling van het ontslag op staande voet wegens verduistering.