ECLI:NL:PHR:2001:AB1430
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid werkgever bij bedrijfsongeval en zorgplicht volgens artikel 7:658 BW
Eiser was in dienst als leerling-scheepsbouwer en raakte tijdens werkzaamheden gewond toen een boot kantelde waarop hij werkte. Hij vorderde schadevergoeding van zijn werkgever wegens schending van de zorgplicht volgens artikel 7:658 BW Pro.
De rechtbank stelde dat het niet vaststond of de boot kantelde waardoor eiser viel, of dat eiser viel waardoor de boot kantelde, en legde de bewijslast bij eiser. De Hoge Raad oordeelde dat dit een onjuiste rechtsopvatting is. Volgens de Hoge Raad hoeft de werknemer niet de exacte toedracht van het ongeval te bewijzen, maar slechts dat hij tijdens het werk schade heeft geleden.
De werkgever draagt de bewijslast om aan te tonen dat hij zijn zorgplicht is nagekomen of dat de schade het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid. Omdat de rechtbank onvoldoende heeft vastgesteld dat eiser daadwerkelijk schade heeft geleden door het ongeval, is verdere feitelijke beoordeling nodig.
De zaak wordt terugverwezen naar de kantonrechter voor verdere behandeling, waarbij de juiste bewijslastverdeling en zorgplichttoetsing in acht moeten worden genomen.
Uitkomst: Het vonnis wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de kantonrechter voor verdere behandeling met correcte toepassing van de bewijslastverdeling.