ECLI:NL:PHR:2001:AB1492
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over erkenning ladingschade en indemniteitsbeginsel in transportverzekering
Moxba B.V. sloot met Erasmus Schadeverzekeringsmaatschappij N.V. een transportverzekeringsovereenkomst voor goederen tijdens transport wereldwijd. In 1992 ontstond schade aan een lading zinkoxyde tijdens een zeetransport. Moxba vorderde vergoeding van de schade en bijkomende kosten, waarbij Erasmus een deel van de schade erkende in een brief van 14 september 1993, maar de bijkomende kosten deels betwistte.
De rechtbank wees de vordering tot vergoeding van de ladingschade toe, maar stelde een comparitie in voor de bijkomende kosten en de premiebetaling. Het hof bekrachtigde dit vonnis en oordeelde dat Erasmus door de brief van 14 september 1993 de ladingschade erkende en dat Moxba hierop mocht vertrouwen. Erasmus stelde cassatie in tegen dit oordeel.
De Hoge Raad overwoog dat het hof de brief van Erasmus niet onbegrijpelijk heeft uitgelegd, maar dat het bewijsaanbod van Erasmus dat de brief niet als erkenning was bedoeld, ten onrechte is verworpen. Daardoor is het arrest van het hof niet houdbaar en wordt de zaak vernietigd en terugverwezen naar het hof Amsterdam. Tevens is overwogen dat de erkenning van schade door Erasmus kan worden vergeleken met een vaststellingsovereenkomst, maar dat dit in deze zaak nog nader moet worden beoordeeld.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar het hof Amsterdam.