ECLI:NL:PHR:2001:AB1557
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aansprakelijkheid opdrachtgever voor schade door niet-ondergeschikte opdrachtnemer bij olieverontreiniging
In deze zaak staat de aansprakelijkheid van EMO centraal, als opdrachtgever van Interstevedoring, voor schade veroorzaakt door een aanvaring waarbij bunkerolie in de haven van Rotterdam is gestroomd. Witchin vordert vergoeding van de schade die zij heeft geleden door de olieverontreiniging, stellende dat EMO aansprakelijk is op grond van artikel 6:171 BW Pro, omdat Interstevedoring als niet-ondergeschikte opdrachtnemer werkzaamheden verrichtte ter uitoefening van het bedrijf van EMO.
De rechtbank heeft EMO voorshands als opdrachtgever aangemerkt, maar stond EMO toe bewijs te leveren dat zij slechts als bemiddelaar optrad namens Manufrance/Lorfonte. Het hof bevestigde dit oordeel en verwierp de klachten van EMO dat het hof zijn taak als appelrechter niet had vervuld.
De Hoge Raad overweegt dat de aansprakelijkheid van de opdrachtgever ingevolge artikel 6:171 BW Pro gekoppeld is aan de aansprakelijkheid van de opdrachtnemer. Omdat de aansprakelijkheid van Interstevedoring wettelijk beperkt is op grond van het Londens limitatieverdrag en de artikelen 740a e.v. van het Wetboek van Koophandel, geldt deze beperking ook voor EMO. De vordering van Witchin tegen EMO wordt daarom afgewezen. De zaak wordt terugverwezen en het bestreden arrest en vonnis worden vernietigd.
Uitkomst: De vorderingen van Witchin tegen EMO worden afgewezen vanwege de wettelijke aansprakelijkheidsbeperking die ook voor EMO geldt.