ECLI:NL:PHR:2001:AB1597
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet-naleving consignatieplicht bij dwangbevel
De Rechtbank te 's-Gravenhage verklaarde de veroordeelde niet-ontvankelijk in zijn verzet tegen een dwangbevel uitgevaardigd door de Officier van Justitie op grond van artikel 575 Sv Pro. De veroordeelde stelde hiertegen cassatieberoep in en diende tijdig een schriftuur in.
Volgens artikel 575 lid 3 Sv Pro is cassatie alleen ontvankelijk indien de veroordeelde vooraf het verschuldigde bedrag en kosten consignatie heeft voldaan. De griffier stelde de veroordeelde in de gelegenheid dit bedrag binnen twee weken te voldoen, maar betaling bleef uit. De griffier had echter een te hoog bedrag vastgesteld, inclusief incassokosten en deurwaarderskosten.
De Hoge Raad oordeelde dat de officier van justitie geen bevoegdheid heeft om een dwangbevel uit te vaardigen voor een hoger bedrag dan de oorspronkelijke geldboete met de wettelijke verhogingen (art. 24b Sr). Incassokosten en deurwaarderskosten mogen niet worden meegerekend.
Daarom had het dwangbevel slechts kunnen worden uitgevaardigd voor het bedrag van de oorspronkelijke geldboete inclusief verhogingen. De Hoge Raad besloot de veroordeelde alsnog in de gelegenheid te stellen het juiste bedrag te consigneren en hield verdere beslissing aan.
Uitkomst: De veroordeelde wordt alsnog in de gelegenheid gesteld het juiste bedrag te consigneren, waarna verdere beslissing wordt aangehouden.