ECLI:NL:PHR:2001:AB1598
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beperking van het revindicatierecht bij diefstal en oplichting volgens artikel 3:86 BW
In deze zaak gaat het om de uitleg van artikel 3:86 lid 3 van Pro het Burgerlijk Wetboek, dat de oorspronkelijke eigenaar van een roerende zaak die het bezit door diefstal heeft verloren binnen drie jaar het eigendom kan opeisen. De vraag is of het begrip diefstal in dit artikel beperkt is tot de strafrechtelijke definitie van diefstal zoals bedoeld in artikel 310 Sr Pro.
De rechtbank te Roermond had een klaagschrift van verzoeker tot teruggave van een inbeslaggenomen tractor ongegrond verklaard, omdat zij oordeelde dat de oorspronkelijke eigenaar een beter recht had dan de verkrijger te goeder trouw. Verzoeker stelde dat de tractor niet door diefstal, maar door oplichting was verloren, waardoor artikel 3:86 BW Pro niet van toepassing zou zijn.
De Hoge Raad stelt dat de bedoeling van de wetgever met artikel 3:86 lid 3 BW Pro is gericht op misdaadbestrijding en dat het begrip diefstal niet strikt beperkt moet worden tot strafrechtelijke diefstal. Ook verwante strafbare feiten zoals oplichting, waarbij sprake is van wederrechtelijke toe-eigening, vallen hieronder. Hierdoor kan de oorspronkelijke eigenaar zijn eigendom opeisen, ook als het bezit door oplichting is verloren.
De conclusie van de Hoge Raad leidt tot vernietiging van de bestreden beschikking en verwijzing naar het gerechtshof. Hiermee wordt bevestigd dat het revindicatierecht van de oorspronkelijke eigenaar breder is dan alleen bij diefstal in strafrechtelijke zin.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak terug, waarbij het begrip diefstal in artikel 3:86 lid 3 BW ook oplichting omvat.