ECLI:NL:PHR:2001:AB2011
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter bij borgstelling in douanezaak onder EEX-verdrag
De zaak betreft een geschil tussen de Staat der Nederlanden en Préservatrice Foncière T.I.A.R.D. (PFA) over een borgstelling en hoofdelijk medeschuldenaarschap in verband met douanerechten en heffingen onder de TIR-overeenkomst. De Staat vordert betaling van ruim 41 miljoen gulden van PFA wegens niet-zuivering van carnets-TIR.
De Rechtbank Rotterdam verklaarde zich bevoegd en wees het beroep van PFA op het EEX-verdrag af, omdat de Staat handelde krachtens overheidsbevoegdheid. Het Hof van Justitie bevestigde dit oordeel. PFA stelde in hoger beroep dat de borgstellingsovereenkomst privaatrechtelijk is en daarom onder het EEX-verdrag valt.
De Hoge Raad analyseert het begrip "burgerlijke en handelszaken" in het EEX-verdrag en verwijst naar jurisprudentie van het Hof van Justitie waarin onderscheid wordt gemaakt tussen overheidshandelingen die typisch zijn voor de overheid (acta iure imperii) en die ook door particulieren kunnen worden verricht (acta iure gestionis). De Hoge Raad concludeert dat het aangaan van de borgstellingsovereenkomst door de Staat niet als een typische overheidshandeling kan worden beschouwd en dat het geschil daarom mogelijk wel onder het EEX-verdrag valt.
De Hoge Raad stelt dat de zaak geschorst zal worden en dat het Hof van Justitie om een prejudiciële beslissing zal worden gevraagd over de uitleg van artikel 1 EEX Pro in dit verband.
Uitkomst: De Hoge Raad schorst de procedure en verwijst een prejudiciële vraag over de uitleg van artikel 1 EEX naar het Hof van Justitie.