ECLI:NL:PHR:2001:AB2020
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over onvoldoende onderbouwde overlijdensschade bij asbestziektezaak
In deze zaak staat vast dat Hertel B.V. aansprakelijk is voor de asbestziekte waaraan de echtgenoot van eiseres 1 is overleden. De procedure richt zich op de hoogte en onderbouwing van de door de nabestaanden gevorderde overlijdensschade. De rechtbank heeft de vordering tot overlijdensschade afgewezen omdat eiseres c.s. geen controleerbare actuariële berekening hebben overgelegd die de schade voldoende onderbouwt.
Eiseres c.s. hebben na een tussenvonnis een nadere berekening ingediend, maar deze betrof inkomensschade van de overledene zelf en hield geen rekening met gederfd levensonderhoud van de weduwe. De rechtbank heeft daarom geoordeeld dat de overlijdensschade onvoldoende is onderbouwd en heeft de vordering afgewezen, behoudens een kleine vergoeding voor lijkbezorgingskosten.
In cassatie betoogden eiseres c.s. onder meer dat de rechtbank hen ten onrechte niet in de gelegenheid heeft gesteld om de onderbouwing te herstellen. De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank daartoe niet verplicht was, mede gelet op het feit dat eiseres c.s. reeds in de gelegenheid waren gesteld, maar geen juiste stukken hebben overgelegd. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van de dochter niet-ontvankelijk en wijst het beroep van de weduwe af.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de dochter wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep van de weduwe wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van de overlijdensschade.