ECLI:NL:PHR:2001:AB2177
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Adviesrecht ondernemingsraad bij aanvraag surséance van betaling niet verplicht
De zaak betreft een geschil tussen YVC IJsselwerf B.V. en haar ondernemingsraad over het adviesrecht bij het aanvragen van surséance van betaling. IJsselwerf had surséance van betaling aangevraagd na een reorganisatie en overname van activiteiten. De ondernemingsraad stelde dat dit besluit onder het adviesrecht van art. 25 WOR Pro viel en dat het niet vragen van advies het besluit onredelijk maakte.
De Ondernemingskamer had geoordeeld dat het adviesrecht wel gold en dat IJsselwerf niet in redelijkheid tot het besluit had kunnen komen zonder advies van de ondernemingsraad. De Hoge Raad bespreekt uitgebreid de parlementaire geschiedenis en wetsgeschiedenis van art. 25 WOR Pro, waarin is bepaald dat het adviesrecht niet geldt voor besluiten tot aanvraag van surséance of faillissement.
De Hoge Raad bevestigt dat het aanvragen van surséance van betaling geen adviesplichtig besluit is onder art. 25 WOR Pro, mede vanwege de spoedeisendheid en de verantwoordelijkheid van de ondernemer. De Hoge Raad vernietigt daarom de beschikking van de Ondernemingskamer en wijst het verzoek van de ondernemingsraad af. Tevens wordt een voorziening getroffen inzake de kosten.
Uitkomst: Het adviesrecht van de ondernemingsraad geldt niet voor het aanvragen van surséance van betaling; de beschikking van de Ondernemingskamer wordt vernietigd en het verzoek afgewezen.