ECLI:NL:PHR:2001:AB2239
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt nihilstelling kinderalimentatie bij onvoldoende draagkracht vader
De zaak betreft een geschil over kinderalimentatie tussen een moeder en vader van een minderjarig kind. De moeder verzocht de rechtbank om een maandelijkse bijdrage van NAf 350,-, welke aanvankelijk werd toegewezen. De vader kwam in verzet, waarna de rechtbank de bijdrage verlaagde tot NAf 150,- met een betalingsregeling voor achterstanden. Het hof stelde vervolgens vast dat de vader slechts een AOV-uitkering en geringe inkomsten uit een vissersboot en motorrijtuig heeft, en stelde de alimentatie daarom op nihil.
De moeder stelde cassatie in tegen deze beslissing. Zij voerde aan dat het hof het recht had geschonden door de draagkracht van de vader niet juist te beoordelen, dat de Voogdijraad niet was gehoord, en dat de motivering van het hof gebrekkig was. De Hoge Raad oordeelde dat het hof de draagkracht correct had beoordeeld, dat de Voogdijraad voldoende was betrokken en dat de motivering van het hof aan de beperkte eisen voldeed.
De Hoge Raad bevestigde dat de alimentatieplicht zwaar weegt, maar dat draagkracht bepalend is. De klachten van de moeder werden verworpen, en de nihilstelling van de alimentatie werd gehandhaafd. De veroordeling tot betaling van de achterstand bleef onverminderd van kracht.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de nihilstelling van de kinderalimentatie wegens onvoldoende draagkracht van de vader.