ECLI:NL:HR:2000:AA5167
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Roelvink
- raadsheer Neleman
- raadsheer Heemskerk
- raadsheer De Savornin Lohman
- raadsheer Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt berekeningsmethode voor alimentatie na echtscheiding
Partijen zijn op 20 maart 1990 gehuwd en zijn bij beschikking van 2 juli 1998 door de rechtbank gescheiden. De rechtbank bepaalde dat de man aan de vrouw een levensonderhoudsbijdrage van ƒ 1.225 per maand zou betalen. Het hof stelde deze bijdrage in hoger beroep voor de periode tot 1 januari 1999 vast op ƒ 260 per maand en wees het verzoek voor de periode daarna af.
De vrouw stelde cassatieberoep in tegen het hofarrest, stellende dat de toegepaste rekenmethode onbillijk en onverenigbaar was met de relevante wetsartikelen (artikelen 1:81, 1:157 lid 1 en 1:397 lid 1 BW). Het hof had rekening gehouden met de reeds bestaande onderhoudsverplichting van de man uit een eerder huwelijk en had de fiscale voordelen bij de berekening betrokken.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof zijn oordeel voldoende had gemotiveerd en dat de waardering van feiten en draagkracht aan het hof toekomt. De klacht over onbegrijpelijkheid van de motivering faalde omdat het hof voldoende inzicht had gegeven in de gebruikte gegevens. Ook de beslissing om rekening te houden met de premie van een levensverzekering gekoppeld aan een hypothecaire lening werd als juist en voldoende gemotiveerd beoordeeld.
Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de alimentatieberekening en de draagkrachttoetsing van de man werden bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het hofarrest inzake alimentatieberekening.